ATEX 114

Apparatuur die na 20 april 2016 op de markt gebracht wordt en bedoeld is voor gebruik in een explosiegevaarlijke omgeving zal moeten voldoen aan de nieuwe ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). Een voorwaarde is wel dat de betreffende apparatuur onder de richtlijn valt, dit zijn bijvoorbeeld producten, componenten of beveiligingssystemen die een inherente ontstekingsbron hebben, of een veiligheidsfunctie vervullen in het kader van ATEX.

MIBEX biedt deskundig advies over ATEX 114 bij ontwerp en certificering van apparatuur en machines. Voor vragen over ATEX 114 bent u bij MIBEX aan het juiste adres. Door jarenlange ervaring met het toepassen en interpreteren van productnormen onder ATEX is MIBEX gespecialiseerd in het beoordelen, ontwerpen en certificeren van apparatuur volgens ATEX 114. Praktisch toepasbaar advies en niet meer doen dan noodzakelijk zijn hierbij altijd een doel.

Hieronder vindt u algemene informatie over de ATEX 114 richtlijn.

ATEX is een afkorting van de Franse benaming "ATmosphère EXplosible" en wordt als aanduiding gebruikt voor twee Europese richtlijnen op het gebied van explosiegevaar onder atmosferische omstandigheden.


Vanaf 1 juni 2003 moeten organisaties waar explosiegevaar bestaat in de EU voldoen aan de richtlijn 1999/92/EG, aangeduid als ATEX 137 (tegenwoordig ATEX 153). Een tweede bijbehorende richtlijn is de 94/9/EG, aangeduid als ATEX 95, welke speciaal bedoeld is voor apparatuur die gebruikt wordt op plaatsen waar explosiegevaar kan zijn. Vanaf 20 april 2016 is ATEX 95 overgegaan naar ATEX 114 richtlijn 2014/34/EU.

De ATEX 114 richtlijn beschrijft voorschriften voor naleving van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen (EHSR's) voor apparaten (elektrisch en niet-elektrisch) en beveiligingssystemen op plaatsen ("zones") waar stof- of gasexplosiegevaar kan optreden. Deze richtlijn is voor Nederland opgenomen in het Besluit Explosiegevaarlijk materiaal en beschrijft de algemene veiligheidsdoelen. Specifieke eisen zijn opgenomen in Europese en internationale normen, zoals bijvoorbeeld EN-IEC 60079-0.

De ATEX 114 richtlijn deelt materieel in in groepen en categorieën afhankelijk van het toepassingsgebied en geboden beschermingsniveau.

Materieelgroepen en categorieën

De richtlijn kent twee materieelgroepen: Groep I (Mijnbouw) en Groep II (Bovengronds).

Vervolgens wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën, deze geven het beveiligingsniveau van de apparatuur aan:

  • Categorie 1: apparatuur wat veilig is onder normaal bedrijf, te verwachten fouten en onverwachte fouten.
  • Categorie 2: apparatuur wat veilig is onder normaal bedrijf en te verwachten fouten.
  • Categorie 3: apparatuur wat veilig is onder normaal bedrijf.

Het beveiligingsniveau bepaalt uiteindelijk in welke zone een apparaat gebruikt mag worden.

  • Categorie 1 is geschikt voor gebruik in zone 0 (categorie 1G) of zone 20 (categorie 1D).
  • Categorie 2 is geschikt voor gebruik in zone 1 (categorie 2G) of zone 21 (categorie 2D).
  • Categorie 3 is geschikt voor gebruik in zone 2 (categorie 3G) of zone 22 (categorie 3D).

ATEX Certificering

De te volgen procedure voor ATEX 114 certificering hangt af van de aard van de apparatuur en de categorie. De guideline geeft een schematisch overzicht van de te volgen conformiteit procedures.

Hieronder een toelichting per categorie:

  • Voor alle apparatuur (zowel elektrisch als niet-elektrisch) volgens Categorie 1 voor toepassing in zone 0/20 geldt wettelijk vereiste certificering van producten (EC Type examination certificaat) en productieprocessen (QAN) door een ATEX Notified Body.
  • Voor elektrische apparatuur Volgens Categorie 2 voor toepassing in zone 1/21 geldt wettelijk vereiste certificering van producten en productieprocessen door een ATEX Notified Body.
  • Voor niet-elektrische apparatuur volgens Categorie 2 voor toepassing in zone 1/21 geldt vastlegging van een Technisch Constructie Dossier bij een ATEX Notified Body, certificering van producten en kwaliteitssysteem is in dit geval niet noodzakelijk.
  • Voor alle apparatuur (zowel elektrisch als niet-elektrisch) volgens Categorie 3 voor toepassing in zone 2/22 geldt "zelf-certificering", hierbij doet de fabrikant zelf een constructiebeoordeling, risico-analyse en eventueel noodzakelijke testen, certificering van producten en kwaliteitssysteem is in dit geval niet noodzakelijk.